Courtizaire, Mater Deï en Le Cassé Haut, het zijn alle drie domeinen in Frankrijk die op hun eigen manier anders zijn. Mijn vrienden wonen daar, mijn vrienden die daar hun gîte verhuren. Ze hebben het allen druk, zo druk dat ze de marketing van hun gîtes graag aan mij overlaten. Op deze site presenteer ik dan ook hun gîtes.
Mocht u na het bekijken van de verschillende huizen interesse hebben, dan kunt u op de desbetreffende gîte-pagina in de linkerkolom op het knopje 'Contact' klikken. Ik zal u graag meer informatie verschaffen.
![]() | Las Arrenolos ligt niet in de Aude, maar aan de andere kant van Toulouse, dus een departement te ver. Hoe dat komt? Patricia vroeg me om me bezig te houden met de marketing van haar gîte en ik kan haar niets weigeren. Ze is namelijk een schat. - Las Arrenolos (5 personen) |
![]() | De Cassé Haut wordt bewoond door Jean-Louis, Céline en hun drie kinderen. Hun domein is indrukwekkend, een groot hoofdgebouw, een tweede groot gebouw, een villa en een duivenkasteel. Op dit complex is op dit moment één gîte beschikbaar: - Le Frioul (4 personen) |
![]() | Mater Deï, 30 hectare van weiden, struiken, bosjes en tuinen. Als Otto op Mater Dëi is, dan is hij altijd bezig met het onderhoud van zijn domein. Het resultaat is dan ook navenant. In het authentieke hoofdhuis is van het rechtergedeelte een ruime, maar eenvoudige gîte gemaakt: - Mater Deï (4 personen) |
![]() |
Deze site wordt beheerd door Anton Greefhorst. Hij is de auteur van de aanwezige teksten en foto's.
Het technisch beheer van de site en de hosting wordt door Stichting Augustus verricht. Deze stichting is ook verantwoordelijk voor de formele afhandeling van een reservering. Stichting Augustus heeft tot doel het stimuleren van kleinschalig toerisme. De stichting is ingeschreven bij de Kamer van Koophandel in Rotterdam onder nummer 24388465.
Linkspagina
Contactpagina
Rond het eerste millennium verschijnen de eerste ketterse gemeenschappen, die hun wieg in het Midden Oosten en Perzië hebben, in West-Europa. Deze vormen de basis voor het Katharisme. Op veel plaatsen zijn die gemeenschappen geen lang leven beschoren, maar dankzij de religieuse tolerantie in de Midi bloeit het Katharisme hier welig. In 1167 telt Zuid-Frankrijk zelfs 800 Kathaarse kerkgemeenschappen. De volgende eeuw wordt het wat minder. Zo wordt in 1226 in de Razès de laatste bisschop aangesteld.
Het idee van de Katharen is verbijsterend simpel. Als God Almachtig en Goed is, zou hij niet zoveel onrecht, misère en wreedheid toelaten. Er moeten dus wel krachtiger tegenstanders zijn, deze worden onder de noemer het Slechte aangeduid.
De organisatie van de kerkgemeenschappen is zoals de eerste christelijke kerken en volgt de aanwijzingen die beschreven staan in het Nieuwe testament. De Katharen hebben geprobeerd door middel van onderzoek van voornamelijk de eerste geschriften de boodschap van Christus te begrijpen. Voor hen vertegenwoordigt God het Goede. Hij is eeuwig en alwetend. Zijn werken zijn onvergankelijk en volmaakt. Hij is almachtig in het Goede. God is ook de Schepper van al wat er is, maar hij heeft het Niets niet geschapen. In het Niets bestaat het Slechte. Het Slechte probeert God te imiteren. Het Slechte imiteert ook de schepping, maar die is natuurlijk niet volmaakt, kan daarom niet eeuwig zijn en heeft dus een begin en een eind. Dat einde komt als alle zielen zich hebben kunnen bevrijden van hun lichamen en teruggekeerd zijn naar God. Dit is de goede boodschap van Christus, maar men moet er wel wat voor doen om te worden bevrijd, en wel door een puur en heilig leven te leiden. Dat is dan ook het doel van de Katharen.
De Roomse kerk is niet blij met de Katharen en probeert dan ook het Katharisme terug te dringen door prediking. Maar de Katharen zijn moeilijk te overtuigen. In 1184 wordt op het Concilie van Verona opgeroepen tot een hard optreden tegen de ketters, een kruistocht is gewenst. Paus Innocent III – een onverdiende naam - lanceert in 1208 de eerste kruistocht tegen de Katharen. Met deze kruistocht wil men ook de centrale macht van Frankrijk versterken en de Heren van het Zuiden onderwerpen, dit echter zonder hulp van de Franse koning. Op 22 juli 1209 wordt Béziers veroverd en voor een gedeelte verbrand. Een deel ven de bevolking wordt afgeslacht (la grande boucherie). Die oorlog duurt 20 jaar. Aan de tweede kruistocht doet de koning mee die hiermee Occitanië aan zijn kroon kan voegen. Naast de kruistochten worden de ketters ook aangepakt via de Inquisitie. In 1211 wordt daartoe in Pamiers een en ander geformaliseerd en kunnen de ketters formeel worden vervolgd.
De Aude, door de overheid graag 'Pays Cathare' genoemd, etaleert graag haar 'Châteaux cathares'. In feite zijn het kastelen of vestingen die zijn gebouwd door de Franse koning op plaatsen waar vroeger al of niet de Katharen versterkte plaatsen hadden. De stille getuigen daarvan zijn Lastours-Cabaret, Montségur, Termes en Puilaurens. De enige echte 'châteaux cathares' zouden de versterkte boerendorpen als Laurac en Fanjeaux zijn. Van de hiervoor genoemde namen is Montségur zeer bekend. Daar werd een lange strijd gestreden tussen de ketters en de kruisvaarders (lees de aartsbisschop van Narbonne). In mei 1243 wordt de plaats door 6,000 van die dappere kruisvaarders omsingeld en in maart 1244 geven de ketters zich over. Degenen die volharden in hun ketterij belandden vervolgens op de brandstapel.
De belangrijkste bezienswaardigheid is wel de 'Cité de Carcassonne'. La Cité is een middeleeuws complex gelegen naast het centrum van Carcassonne. Wordt naar Carcassonne via de autoroute gereden dan is de Cité op een gegeven moment rechts zichtbaar en dat is zonder overdrijving een spectaculair gezicht. Het is groot, het is oud, het is divers en het is volledig gerestaureerd. Tot de vele gebouwen, poorten en wallen behoren onder andere een kasteel ('Château Comtal') en een basiliek (Basilique Saint-Nazaire).
Naast de Cité kent de Aude nog vele andere interessante sites, waaronder de 'Canal du Midi'. De laatste is bijzonder. Het is in de tweede helft van de 17e eeuw geconstrueerd en loopt van de in het westen gelegen Garonne, daar waar Toulouse ligt, naar de Middellandse Zee. Het werd geconstrueerd om de Middellandse Zee te verbinden met de Atlantische Oceaan. Geen sinecure in die tijd; zo werden er onder andere 63 sluizen, 126 bruggen en 55 aquaducten gebouwd. Het wordt dan ook beschouwd als het grootste werk uit de 17e eeuw.
Het kanaal stroomt in het Noord-Oosten, nabij Castelnaudery, de Aude in, passeert Carcassonne (nabij het station) en gaat daarna richting Béziers. Het leent zich goed voor een wandel- of fietstocht.
De Aude is vergeven van de kastelen. Bekende namen zijn Rennes-le-Château, Château d'Aguilar, Château d'Arques, Châteaux de Lastours, Château de Peyrepertuse, Château de Puilaurens, Château de Puivert, Château de Quéribus, Château de Saissac, Château de Termes, Château de Villerouge-Termenès en Cité de Fanjeaux.
Er zijn echter ook talloze onbekende namen. Ik woon tussen Pomy en Villelongue d'Aude. In beide dorpen is of was een kasteel. Dat van Villelongue heeft zijn torens verloren en is daardoor niet meer goed herkenbaar als kasteel. Een bezoek aan 'Le Verre à Soif', maakt echter duidelijk dat dit dorpskroegje gevestigd is in wat vroeger het kasteel was. In de hoek van het kroegje is een waterput en als u in de wc omhoog kijkt, ziet u de oorspronkelijke schacht van een kleine 10 meter hoog.
Naast de hierboven genoemde bezienswaardigheden kent de Aude nog vele andere. Ik stip enkele daarvan kort aan.
In Espéraza bevindt zich het museum over Dinosaurussen. Naast dat museum bevindt zich dat over de hoedenindustrie met een verbijsterende film over de gang van zaken in het verleden. Op dezelfde plaats is ook nog een museum over honing. In Limoux zijn ook drie musea, Musee des Automates, Musee du Piano en Musee Petiet. Daarnaast zijn er nog vele andere musea.
Kerken, abdijen en kathedralen zijn er ook in de Aude. Elke commune heeft minimaal één kerk, dat zijn dus al minimaal 438 kerken. Abdijen zijn er ook:
abbaye d'Alet-les-Bains, abbaye de Caunes-Minervois, abbaye de Rieunette, abbaye de Lagrasse, abbaye de Fontfroide, cathedrale Saint-Just et Saint-Pasteur, abbaye de Saint-Hilaire, abbaye de Villelongue, abbaye de Saint-Papoul en abbaye de Saint-Polycarpe.
Hoe groot is de Aude? Ruim 6.139 km², dat is de oppervlakte van twee Nederlandse provincies. Op die 6,139 km² wonen 340,000 mensen. Dat is niet veel in vergelijking met de Nederlandse situatie. Zo wonen alleen in Zuid-Holland al 3.460.000 mensen. De Aude is dan ook rustig, zeer rustig zelfs. De 340,000 mensen uit de Aude wonen in 438 verschillende gemeenten. Dat is juist wel veel, Nederland telt in totaal 441 gemeenten. Het is dan ook niet verwonderlijk dat veel van die gemeenten in de Aude klein zijn. Zo woon ik tussen Villelongue d'Aude en Pomy in. Die eerste gemeente telt 350 inwoners en die tweede gemeente 50 inwoners. Pomy mag dan klein zijn, het heeft wel een gemeentehuis, een kerk, een begraafplaats en een herdenkingsmonument.
Ja, er is zelfs heel veel wijn in de Aude, de wijn is het draagvlak van de economie van dit departement. Dat is ook duidelijk te zien, de Aude is vergeven van de wijnvelden. Veel wijnboeren laten de vinificatie van hun druiven over aan de coöperatie, er zijn echter nog voldoende zelfstandige 'vignerons' die zelf voor de productie, marketing en verkoop van hun wijnen zorgen. Beiden hebben het echter moeilijk. Frankrijk is de grootste wijnproducent op de wereld. Van de jaarlijkse productie wordt ongeveer driekwart door de Fransen zelf opgedronken en de rest wordt geëxporteerd. De binnenlandse consumptie is al decennia lang gestaag dalend. Om te overleven moet dus de export omhoog. Dat is geen sinecure voor de Fransen wijnbouwers. Het voortouw lijkt hier te worden genomen door de buitenlanders. Belgen, Duitsers en Britten hebben zich in de afgelopen 20 jaar in de Aude gevestigd als wijnbouwer. Deze buitenlanders gaan actief de boer op met hun wijnen in het buitenland exporteren. Is dat verwonderlijk? Nee, een buitenlander die de stap durft te nemen om in een ander land een nieuwe carriere te beginnen is ondernemend genoeg om nog een keer de grens over te gaan. Daarnaast zijn vaak de contacten in het moederland zeer nuttig. Enkele voorbeelden:
Domaine Les enfants sauvages (Nikolaus et Carolin Bantlin) in Fitou, Domaine Saint Julien (Stéphanie Minder en Ernest Aeschlimann) in Azille en Domaine Las Ribos (Christian Meuser) in Bouriège.
In "La meteo de la France" van Jacques Kessler is een zee van tabellen, grafieken en kaartjes te vinden over het weer in Frankrijk en haar departementen. In het hoofdstuk over de Aude is over Carcassonne te lezen dat in januari de zon gemiddeld 32% van de tijd schijnt en in februari zelfs 43%. Ook worden de record-temperaturen genoemd, -12° (minimum) en 21° (maximum) in januari. Het is dan ook niet verwonderlijk dat we in die maand regelmatig buiten lunchen. De zon is hier in de winter al zo sterk dat het geen 18° hoeft te zijn om je comfortabel te voelen. En regen? In januari valt er gemiddeld 6 cm regen en in juli 4 cm. De natste maand is december met 9 cm.
Het aantal uren zon over het hele jaar in Carcassonne is gelijk aan 2,220. In zuidelijke richting is dit aantal hoger, daar worden 2500 uren geturfd. Aan de kust is dat gemiddelde zelfs nog hoger.
Er is veel zee, van St-Pierre-sur-Mer tot Port Leucate. Beide plaatsen zijn geen zelfstandige gemeenten. St-Pierre-sur-Mer behoort tot Fleury. Het is deze gemeente die in de jaren 70 St-Pierre-sur-Mer deed verrijzen als toeristisch oord. Port Leucate is van hetzelfde laken een pak, alleen was het hier de gemeente Leucate die deze badplaats schiep. De afstand tussen beide plaatsen is hemelsbreed ongeveer 40 km en die 40 km is niet alleen maar strand en zand. Nee, er zijn ook de de plaatsen Leucate-Plage, La Franqui, Port-la-Nouvelle, Gruissan-Plage en Narbonne-Plage. Daarnaast is er nog een groot zoutwatermeer waaraan Bages en Peyrac-de-Mer liggen. Van al deze plaatsen gaat mijn voorkeur uit naar Port-la-Nouvelle. Het is van oorsprong een vissersdorp en er is nog steeds een bloeiende visindustrie. De visindustrie is ik schat in de jaren 70 aangevuld met toeristische faciliteiten waaronder de nodige keurige maar fantasieloze lage appartementsgebouwen aan de kilometerslange boulevard. Het resultaat is een zekere charme die samen met het enorme strand een grote aantrekkingskracht op mij heeft. Daarnaast zijn er nog de nodige vissers die hun verse vangst direct verkopen aan het publiek. Onze standaard is dan ook 's-ochtends vroeg een bezoek aan een van de vissers waar we onze koelbox vol met vis en ijs laten gooien. Vervolgens een wandeling van twee uur over het strand naar het zuidelijk gelegen La Franqui. Daar lessen we onze dorst met een biertje en onze honger stillen we met een 'moules frites'. Verzadigd lopen we dan in een iets langere tijd weer terug naar Port-la-Nouvelle. Buiten het seizoen komen we op zo'n dag praktisch niemand tegen. Een strand van 10 kilometer voor jezelf, ik zweer het, zo'n privé-strand is een aparte ervaring.
Praktisch heel de Aude bestaat uit heuvels en/of bergen. In het noorden is de Montagne Noire te vinden met als top de "Pic de Nore" (1 210 meter). Wordt in zuidelijke richting gegaan dan volgt eerst een laagvlakte. Daar vinden wij onder andere Carcassonne, de rivier de Aude en het 'Canal de Midi'. Na de laagvlakte is het weer heuvels en bergen.
Het oostelijke gedeelte, de Corbières, bestaat uit bossen, wijnvelden, heuvels en bergen met als top de 'Pech de Bugarach' (1230 meter). Vanaf deze berg is met helder weer de hele Aude te zien: de Montagne Noire, de Middellandse Zee en de Pyreneeën.
Het westelijke en ook het zuidelijke gedeelte is van hetzelfde laken een pak. Hier gaan de bergen over in de Pyreneeën. De toppen zijn hier dan ook hoger, 'Le Col des trois femmes' telt 1627 meter en bij Picou Rendoullière is de hoogte 1862 meter. Die top ligt echter net over de grens met het volgende departement, de Ariëge. Dat geldt ook voor de Pic de Madrès, 2462 meter hoog en net over de grens met de 'Pyrénées Orientales'.
Enfin, vele mogelijkheden voor bergbeklimmen en bergwandelen.
Ja, in Camurac kan je skiën. Het is het kleinste ski-oord dat ik ooit heb gezien. Maar alles is aanwezig, ski-kanonnen, een restaurant, verhuur van ski's en ski-liften.
Naast skiën is natuurlijk ook snowboarden, sneeuwwandelen en langlaufen mogelijk.
Voor wandelen is de Aude een waar paradijs. Daarnaast is de keuze uitgebreid, strand, laagvlakte, heuvels of bergen en dat in een entourage van wijngaarden, bossen of 'garrigue'. Het is dan ook niet verwonderlijk dat er veel tracés zijn te vinden in de Aude. Zo is er de GR-7 ('Grande Randonnée') die de Aude in het zuid-oosten doorsnijdt. Deze wandelroute begint in de noordelijk gelegen Alsace en eindigt uiteindelijk in Andorra. Het is een wandelroute die langs het op deze site gepresenteerde Courtizaire-du-Milieu loopt. Verder is er de GR-36 is in het noorden van de Aude te vinden, die route loopt langs Carcassonne.
Een andere bekende route is de 'Sentier Cathare'. Deze begint in Porte-la-Nouvelle aan de Middellandse zee en gaat westwaarts naar Foix.
Naast deze grote en lange trajecten zijn er talloze kleine wandelingen uitgezet van enkele uren tot een hele dag. Bij de plaatselijke VVV zijn vaak boekjes verkrijgbaar waar die wandelingen worden beschreven. Zo is er het mapje 'Balades & Randonnées Limouxin et Saint-Hilarois', waarin 27 wandelingen rondom Limoux worden beschreven.
Er is zoveel in de Aude te doen, dat elke opsomming onvolledig is. Ik moet ook hier dan ook volstaan met een soort staalkaart.
Fietsen
Een fietspad in de stad is nog steeds een zeldzaamheid. Fietsroutes in de wilde natuur zijn er echter overal. Alleen rond Quillan in het zuiden (Aude en Pyrenées) is al 780km aan fietsroutes aanwezig voor de VTT (vélo tout terrain). Daarnaast is er 4.000 km aan departementale wegen. Vele daarvan zijn klein en slingeren zich van van het ene dorpje naar het andere en zijn daarmee een ideaal voor de gewone fiets of de racefiets.
Rafting
Rafting is met een groep mensen in een 'raft' (lees stevige rubberboot) een (wilde) rivier opgaan en vervolgens hortend en stotend stroomafwaarts gaan. De rivier de Aude leent zich hier goed voor.
Hydro-speed
Hydro-speed (bodyraften) lijkt op rafting. De rubberboot wordt dan echter vervangen door een korte plank met twee handvatten, nog spannender.
Kanoën
Kanoën is natuurlijk ook mogelijk op de Aude en de andere rivieren van dit departement. Op voldoende plaatsen zijn kano's te huur en waar nodig wordt voor transport gezorgd.
Grotten en speleologie
Er zijn aardig wat grotten in de Aude. Sommige daarvan zijn voor Jan en Alleman te bezoeken. Voor andere moet de nodige ervaring als speleoloog gewenst. Bekende grotten zijn die van Cabrespine en l'Aguzou. Volgens een inventarisatie van de actieve 'Spéléo Club de l'Aude' zijn er 577 grotten in de Aude.
De lucht in
In de nodige plaatsen, waaronder Nébias, kan met een ULM de lucht worden ingegaan. Naast een ULM kan ook op andere manieren de lucht in worden gegaan in de Aude: parapente (paragliding), paramotor, hanggliding (zeilvliegen) of parachutisme.
De zee op
Langs de zee zijn ook de nodige sporten te beoefenen: zeilen, surfen, kite-surf, strandzeilen, jet-ski, duiken en water-skiën.
Golfen
Golfen in de Aude kan in Carcassonne (18 holes) naast het sterrenrestaurant Domaine d'Auriac. Verder is er in Narbonne nog een kleiner terrein ('Le Green Fee').
Vissen
In de Aude is vissen mogelijk in de meren en rivieren en bij de zee. Bij de zee ziet men vaak vissers staan, ze zijn dan met drie, vier of vijf hengels aan het vissen. Naast de hengel wordt ook wel een lange harpoen gebruikt. Ook ziet men schelpenvissers. Met een kooi met scherpe tanden aan een stok wroeten ze al lopend door het zand en vangen zo veelal de zogenaamde zaagschelpen
Paardrijden
Paardrijden? Ja, overal in de Aude is er wel zo'n 'centre d'equestre' te vinden, langs de zee, in de heuvels en bij de bergen.
Gemotoriseerd
In de Aude zijn de nodige faciliteiten aanwezig voor gemotoriseerde sporten, zoals karting. Verder kan er op diverse plaatsen een Quad of een cross-motor worden gehuurd. Tenslotte is er ook nog rally-rijden mogelijk.
Andere talen: : [Français]